Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

Zo zien de Vogels eruit

Neef Wim heeft veel verstand van vogels. Hij weet bijvoorbeeld hoe ze eruit zien. En dat ze vaak een kleur hebben. Behalve dat hij weet hoe ze er uitzien, kan hij ze ook heel goed tellen. Wim zou graag eens een vogel willen wegen. Bij de meeste dingen is het een kwestie van hoe groter hoe zwaarder, maar onze Neef zou graag willen weten of dat bij vogels ook zo is. Moeder is altijd goed te spreken over het verstand van haar Wim, maar vindt dat hij van vogels nog meer kaas moet eten.

Het mooiste aan taal vindt Neef Wim de woorden. Hij hoeft ze maar op een rijtje te zetten en Neef zegt iets. Het mooiste is het als de woorden in het rijtje ook nog goed bij elkaar passen. Net als een rijtje speelgoedautootjes waarin de kleuren bij elkaar staan of alle auto's van hetzelfde merk bij elkaar. Bij Wim is dat lastig omdat hij van elk merk maar een autootje heeft, maar hij kan het zich goed voorstellen in zijn hoofd, dat toch al een beetje aan het duizelen is van al die woorden die erin liggen, klaar om gebruikt te worden. Soms vindt Wim dat een woord door al het gebruik een beetje gesleten is. Dan zoekt hij liever een ander woord.

Neef Wim woont met zijn Moeder niet in een dorp en ook niet in een stad. Het stelt allemaal niet zo veel voor, daar waar Wim woont. Veel huizen staan er niet en al helemaal geen huizen met veel verdiepingen en het aantal mensen blijft ook ver onder het landelijke gemiddelde. Wim zit graag in atlassen en aardrijkskundeboeken te bladeren. Het liefst in grote atlassen, want het omslaan van de bladen van een grote atlas geeft altijd zo'n fijn windvlaagje over Neefs handen en soms in zijn gezicht, als hij een beetje voorover gaat zitten. Dan kan Wim het vlaagje zelfs ruiken. Ruik ik nu de atlas, de lucht, of zit er iets in de lucht van het land op de bladzijde die ik nu omsla. In geen enkele atlas van enig belang is Neef Wim zijn woonplaats te vinden. Waar woon ik nu eigenlijk, vraagt Wim zich vertwijfeld af. Maar dan kijkt hij naar buiten, naar het gras, de vogels en de strak betegelde tuin van zijn Moeder. Zijn omgeslagen stemming klaart snel weer op: 'Hier natuurlijk', denkt Wim blij.

Neef Wim mag graag een deuntje fluiten. Dan hebben anderen ook wat aan mijn goede humeur. Ik heb een stralende lach op de voorkant van mijn hoofd, daaraan kun je zien dat het wel goed zit met de stemming die zich in mijn schedel bevindt. Neef Wim wilde wel dat hij door bepaalde spieren samen te trekken ook aan de achterkant van zijn hoofd kon laten zien dat de stemming opperbest is. Hij vraagt wel eens aan Moe of haar iets opvalt aan de achterkant van zijn hoofd. Dan zegt Moeder steevast dat ze niks ziet en dat het haar niks kan schelen ook niet. Het fluiten stopt dan bijna vanzelf weer.