Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

Wat Neef Wim vervelend vindt is dat de tijd steeds beweegt. De tijd heeft geen pauze en raast maar door. Voor Neef langs, links, rechts, en onze Wim slaagt er maar niet in de tijd eens een beetje rustiger te laten lopen, maar het hangt er volgens hem natuurlijk ook van af of je met de tijd meegaat of juist er tegenin. Wanneer je met de tijd meegaat, is het net of de tijd langzamer gaat. Zoals Neef Wim wel eens probeert op zijn stepje een Grote Jongen op zijn fiets bij te houden. Als je even snel gaat als de tijd, dan is het net of de tijd stilstaat. Maar hoe harder je tegen de tijd in gaat, hoe sneller de tijd dan voor mij zal blijken te gaan, redeneert Neef. Dus als ik de tijd wat langzamer wil laten gaan, moet ik met de tijd meegaan. Maar hoe doe ik dat?

Op een dag, toen er verder niets leek te gebeuren in de kleine wereld van Neef, zocht hij zijn moeder op in hun bescheiden woning. Hij begon op de zolder, waar hij gebukt ging door de stoffige balken die op ooghoogte bevestigd waren om de constructie van het huisje in stand te houden. Daar was zijn Moeder niet. Ook op het verdiepinkje daaronder, waar zich de slaapvertrekjes van Neef en zijn Moeder bevonden, was zij niet. Dan maar naar beneden! En jawel hoor, in de keuken, daar stond Moeder, met bezweet onderlijf in de enorme wasketel te roeren met de houten stok die zij ook voor boswandelingen zou gebruiken als zij een liefhebber van bos was geweest. Dat zij daar was, wist Neef Wim ook wel, maar hij wilde zijn Moeder zoeken, niet zomaar plompverloren naar haar toe lopen. Dan was de lol van het weerzien er meteen af.

Neef Wim woont met zijn Moeder niet in een dorp en ook niet in een stad. Het stelt allemaal niet zo veel voor, daar waar Wim woont. Veel huizen staan er niet en al helemaal geen huizen met veel verdiepingen en het aantal mensen blijft ook ver onder het landelijke gemiddelde. Wim zit graag in atlassen en aardrijkskundeboeken te bladeren. Het liefst in grote atlassen, want het omslaan van de bladen van een grote atlas geeft altijd zo'n fijn windvlaagje over Neefs handen en soms in zijn gezicht, als hij een beetje voorover gaat zitten. Dan kan Wim het vlaagje zelfs ruiken. Ruik ik nu de atlas, de lucht, of zit er iets in de lucht van het land op de bladzijde die ik nu omsla. In geen enkele atlas van enig belang is Neef Wim zijn woonplaats te vinden. Waar woon ik nu eigenlijk, vraagt Wim zich vertwijfeld af. Maar dan kijkt hij naar buiten, naar het gras, de vogels en de strak betegelde tuin van zijn Moeder. Zijn omgeslagen stemming klaart snel weer op: 'Hier natuurlijk', denkt Wim blij.

Neef Wim wist zelf ook wel dat de herfst was begonnen. Daar had hij geen geleerde boeken of zijn fijne Juf voor nodig. En dat er dan links en rechts een blaadje van een boom op de grond zou liggen, ja, daar had onze Neef alle begrip van de hele wereld voor. Maar zo’n hele bult bladeren, dat leek Wim wel overdreven. Dat was Herfst met een Hoofdletter! Maar Herfst hoeft helemaal niet met een hoofdletter. Dat wist hij dan weer wel van Juf! Want Juf had ook alles over hoofdletters geleerd. Daar hoefde niemand haar iets over wijs te maken!