Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

De Natuur gaat zijn eigen Gang

Neef Wim hield geweldig veel van voedsel. Vooral het voedsel dat zijn Moeder hem voorzette wanneer hij van school kwam. Meestal in een enorme pan die zij met kracht op de houten tafel liet neerkomen zodra zij Neef door het nauwe steegje aan hoorde komen steppen. Wat leek het Wim heerlijk om eens een soort maaltijd uit een bakje van witte kunststof te eten, En dat hij dan het vederlichte bakje in de goot kon gooien. En da de Natuur er zelf dan iets leuks mee zou doen. Er bijvoorbeeld herfstbladeren in bewaren. Dat deed de Natuur Zelf ook wel eens.

Wim probeert wel eens een woord uit op zijn Moeder. Dan begint hij tegen Moeder te praten, met gewone alledaagse zinnen, die hij goed kent omdat hij ze wel vaker gebruikt. Hij weet dat ze het goed doen, dan kan daar geen misverstand uit ontstaan. En daarna, als Moeder met haar gewone alledaagse nietszeggendheid heeft gereageerd op de eerste zinnen, doet Wim er een nieuw woord in. Vaak reageert Moeder dan met een woeste uithaal van haar rechterarm, of linkerarm, als ze haar rechterarm al voor een ander karweitje had ingezet. Neef Wim weet wat er komt, duikt met een snelle beweging van zijn lenige jongenslichaam onder de onstuitbaar voortzwiepende arm door en beklimt kalm het trapje naar zijn jongenskamertje op de eerste verdieping.

Neef Wim wist zelf ook wel dat de herfst was begonnen. Daar had hij geen geleerde boeken of zijn fijne Juf voor nodig. En dat er dan links en rechts een blaadje van een boom op de grond zou liggen, ja, daar had onze Neef alle begrip van de hele wereld voor. Maar zo’n hele bult bladeren, dat leek Wim wel overdreven. Dat was Herfst met een Hoofdletter! Maar Herfst hoeft helemaal niet met een hoofdletter. Dat wist hij dan weer wel van Juf! Want Juf had ook alles over hoofdletters geleerd. Daar hoefde niemand haar iets over wijs te maken!

Neef Wim houdt van kleine dingen. Ze nemen weinig ruimte in van de rest van de wereld en je kunt ze meestal met de hand van een van beide armen optillen. Als je de ene kant goed hebt bekeken, kun je ze gemakkelijk andersom houden. Neef weet dat bijna alles ook een andere kant heeft. Grote dingen natuurlijk ook, maar dan moet je vaak een heel eind omlopen om die andere kant te kunnen zien. Neef Wim ziet vaak dat er door veel grote dingen minder ruimte is voor kleine, hoewel de ruimtes tussen grote dingen vaak worden opgevuld door kleine dingen, vooral als de grote dingen niet precies in elkaar passen.