Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

Neef Wim rolt ook vaak zijn broekspijpen op. Zijn pijpen worden er korter van, dat kun je nameten, en zijn benen lijken er langer van, maar dat kun je niet meten. Neef weet dat, maar vindt dat je het eigenlijk wel zou moeten kunnen meten, want als iets zo lijkt, waarom zou het dan niet zo zijn? Is iets alleen zo omdat het zo is, of kan het ook zo zijn omdat het zo lijkt? Hij zal eens aan Moeder of anders aan zijn Juf vragen hoe het zit. En als die er, geheel naar Neef zijn verwachting, niet uitkomen, is het een Belangrijke Kwestie voor Het Hoofd. En dan is er nog de vraag hoe Neef zijn fijne fiets er een beetje uit kan laten zien als de motor van die Grote Jongen. Zodat het ook zo’n motor wordt.

Neef heeft een besluit genomen. Het gebeurde plotseling, op een avond, in zijn bed, toen het nog licht was en er eerst het getier van spelende en zingende kinderen die van hun Moeder nog buiten mochten zijn en daarna het geluid van een vreselijk auto-ongeluk door het openstaande raam naar binnen kwam. Ik wil graag zorgvuldig leven, dat bedacht hij. Daarna viel hij rustig in slaap, maar de volgende ochtend begonnen de problemen pas goed. Waar moest hij beginnen? Zou het zijn manier van voortbewegen zijn, de manier waarop hij zijn goedkope kleren aantrok of het smeren en eten van boterhammen?  Het moest niet te langzaam gaan en andere mensen mochten het ook best zien, dat er wat aan de hand was met Neef, met zijn zorgvuldige leven.

nopopup

Als Neef Wim naar de kermis gaat, wil hij het liefst een paar guldens mee van Moeder, anders kan hij nergens in. Moe haar guldens rammelen in de broekzak van zijn broek en roepen stuk voor stuk: Ik wil er uit! Ik wil naar die kermisjuffrouw achter dat raampje met dat ronde gat erin! Neef Wim zou wel eens willen weten hoe die juffrouw dat ronde gat in dat raampje van dat kleine kamertje heeft gekregen. Als Neef klaar is met de kermis gaat hij weer naar huis. Hij geeft alle guldens terug aan Moe, omdat hij weet dat zij ze wel beter gebruiken kan.

Neef Wim droomt vaak. En meestal gaat dat over het varen met een boot. Als Neef zijn droom niet over varen met een boot gaat, dan droomt Wim zelfs liever niet. 'Dat hele gedroom hoeft voor mij niet meer', zegt hij in die gevallen 's morgens tegen zijn lieve Moeder, als die er tenminste aan gedacht heeft bij haar zoon te informeren naar de kwaliteit van zijn noodzakelijke nachtrust. In zijn droom is Wim de Kapitein van een grote boot. Alle matrozen staan op een ordelijke rij aan de railing, klaar om de reddingboten belangeloos overboord te zetten, want ongeveer halverwege de nacht dient zich meestal een drenkeling aan in Wim zijn droom. Daarna stopt de droom en begint het langdurige wakker liggen. 'Had ik maar een diploma', denkt Wim dan de hele tijd.