Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

Wat Neef Wim vervelend vindt is dat de tijd steeds beweegt. De tijd heeft geen pauze en raast maar door. Voor Neef langs, links, rechts, en onze Wim slaagt er maar niet in de tijd eens een beetje rustiger te laten lopen, maar het hangt er volgens hem natuurlijk ook van af of je met de tijd meegaat of juist er tegenin. Wanneer je met de tijd meegaat, is het net of de tijd langzamer gaat. Zoals Neef Wim wel eens probeert op zijn stepje een Grote Jongen op zijn fiets bij te houden. Als je even snel gaat als de tijd, dan is het net of de tijd stilstaat. Maar hoe harder je tegen de tijd in gaat, hoe sneller de tijd dan voor mij zal blijken te gaan, redeneert Neef. Dus als ik de tijd wat langzamer wil laten gaan, moet ik met de tijd meegaan. Maar hoe doe ik dat?

Neef Wim speelt graag met gedachten. Hij heeft er meestal een heleboel en vaak tegelijk. Dan denkt hij over de wielen van een oude auto, en waarom die veel harder lijken te bewegen dan de auto zelf, als de auto rijdt natuurlijk. Anders staat alles op dezelfde snelheid stil. Daar denkt Wim dan over na. En tussendoor misschien een stukje over een vreemde aardappel, met een toevallige vorm. Maar soms kan hij niks bedenken. Dan loopt het vast in zijn hoofd. Laatst liep hij zo snel mogelijk rondjes door hun kleine voortuin, terwijl hij gedachten probeerde te bedenken over de vissen van het bos. Het lukte niet. Of het kwam door de snelle rondjes of iets anders, Neef kwam niet verder.

Het mooiste aan taal vindt Neef Wim de woorden. Hij hoeft ze maar op een rijtje te zetten en Neef zegt iets. Het mooiste is het als de woorden in het rijtje ook nog goed bij elkaar passen. Net als een rijtje speelgoedautootjes waarin de kleuren bij elkaar staan of alle auto's van hetzelfde merk bij elkaar. Bij Wim is dat lastig omdat hij van elk merk maar een autootje heeft, maar hij kan het zich goed voorstellen in zijn hoofd, dat toch al een beetje aan het duizelen is van al die woorden die erin liggen, klaar om gebruikt te worden. Soms vindt Wim dat een woord door al het gebruik een beetje gesleten is. Dan zoekt hij liever een ander woord.

Soms heeft Neef geen goed humeur. Dat is vooral als zijn Juf of zijn Moeder het weer eens voorzien hebben op het overdragen van kennis die Neef Wim allang tot zijn beschikking heeft, bijvoorbeeld over de natuur, of een versnellingsbak. Als het weer eens zo ver is, kan Wim alleen maar een beetje brommen. Ik lijk wel een bromtoon met een lichaam eraan, denkt Wim dan. Komt de bromtoon uit het lichaam of is mijn lichaam een voortbrengsel van de bromtoon, een bijproduct, waar ik overigens alleen maar plezier aan beleef, want waar zou ik zijn zonder dat lichaam van mij? Dat denkt Wim.