Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

De Natuur gaat zijn eigen Gang

Neef Wim hield geweldig veel van voedsel. Vooral het voedsel dat zijn Moeder hem voorzette wanneer hij van school kwam. Meestal in een enorme pan die zij met kracht op de houten tafel liet neerkomen zodra zij Neef door het nauwe steegje aan hoorde komen steppen. Wat leek het Wim heerlijk om eens een soort maaltijd uit een bakje van witte kunststof te eten, En dat hij dan het vederlichte bakje in de goot kon gooien. En da de Natuur er zelf dan iets leuks mee zou doen. Er bijvoorbeeld herfstbladeren in bewaren. Dat deed de Natuur Zelf ook wel eens.

Neef Wim rolt ook vaak zijn broekspijpen op. Zijn pijpen worden er korter van, dat kun je nameten, en zijn benen lijken er langer van, maar dat kun je niet meten. Neef weet dat, maar vindt dat je het eigenlijk wel zou moeten kunnen meten, want als iets zo lijkt, waarom zou het dan niet zo zijn? Is iets alleen zo omdat het zo is, of kan het ook zo zijn omdat het zo lijkt? Hij zal eens aan Moeder of anders aan zijn Juf vragen hoe het zit. En als die er, geheel naar Neef zijn verwachting, niet uitkomen, is het een Belangrijke Kwestie voor Het Hoofd. En dan is er nog de vraag hoe Neef zijn fijne fiets er een beetje uit kan laten zien als de motor van die Grote Jongen. Zodat het ook zo’n motor wordt.

nopopup

Als Neef Wim naar de kermis gaat, wil hij het liefst een paar guldens mee van Moeder, anders kan hij nergens in. Moe haar guldens rammelen in de broekzak van zijn broek en roepen stuk voor stuk: Ik wil er uit! Ik wil naar die kermisjuffrouw achter dat raampje met dat ronde gat erin! Neef Wim zou wel eens willen weten hoe die juffrouw dat ronde gat in dat raampje van dat kleine kamertje heeft gekregen. Als Neef klaar is met de kermis gaat hij weer naar huis. Hij geeft alle guldens terug aan Moe, omdat hij weet dat zij ze wel beter gebruiken kan.

Neef Wim mag graag een deuntje fluiten. Dan hebben anderen ook wat aan mijn goede humeur. Ik heb een stralende lach op de voorkant van mijn hoofd, daaraan kun je zien dat het wel goed zit met de stemming die zich in mijn schedel bevindt. Neef Wim wilde wel dat hij door bepaalde spieren samen te trekken ook aan de achterkant van zijn hoofd kon laten zien dat de stemming opperbest is. Hij vraagt wel eens aan Moe of haar iets opvalt aan de achterkant van zijn hoofd. Dan zegt Moeder steevast dat ze niks ziet en dat het haar niks kan schelen ook niet. Het fluiten stopt dan bijna vanzelf weer.