Delen uit Neef Wim zijn Bestaan

Soms heeft Neef geen goed humeur. Dat is vooral als zijn Juf of zijn Moeder het weer eens voorzien hebben op het overdragen van kennis die Neef Wim allang tot zijn beschikking heeft, bijvoorbeeld over de natuur, of een versnellingsbak. Als het weer eens zo ver is, kan Wim alleen maar een beetje brommen. Ik lijk wel een bromtoon met een lichaam eraan, denkt Wim dan. Komt de bromtoon uit het lichaam of is mijn lichaam een voortbrengsel van de bromtoon, een bijproduct, waar ik overigens alleen maar plezier aan beleef, want waar zou ik zijn zonder dat lichaam van mij? Dat denkt Wim.

Wim probeert wel eens een woord uit op zijn Moeder. Dan begint hij tegen Moeder te praten, met gewone alledaagse zinnen, die hij goed kent omdat hij ze wel vaker gebruikt. Hij weet dat ze het goed doen, dan kan daar geen misverstand uit ontstaan. En daarna, als Moeder met haar gewone alledaagse nietszeggendheid heeft gereageerd op de eerste zinnen, doet Wim er een nieuw woord in. Vaak reageert Moeder dan met een woeste uithaal van haar rechterarm, of linkerarm, als ze haar rechterarm al voor een ander karweitje had ingezet. Neef Wim weet wat er komt, duikt met een snelle beweging van zijn lenige jongenslichaam onder de onstuitbaar voortzwiepende arm door en beklimt kalm het trapje naar zijn jongenskamertje op de eerste verdieping.

Neef Wim houdt van kleine dingen. Ze nemen weinig ruimte in van de rest van de wereld en je kunt ze meestal met de hand van een van beide armen optillen. Als je de ene kant goed hebt bekeken, kun je ze gemakkelijk andersom houden. Neef weet dat bijna alles ook een andere kant heeft. Grote dingen natuurlijk ook, maar dan moet je vaak een heel eind omlopen om die andere kant te kunnen zien. Neef Wim ziet vaak dat er door veel grote dingen minder ruimte is voor kleine, hoewel de ruimtes tussen grote dingen vaak worden opgevuld door kleine dingen, vooral als de grote dingen niet precies in elkaar passen.

Neef Wim moet vaak schrikken. Daar kan hij niets aan doen. Moeder ook niet. Sterker nog, zij is het vaak die de eerste schrikreacties bij Neef oproept, door bijvoorbeeld in een keer de kamer binnen te komen, in plaats van stukje bij beetje, dat Wim eerst de voorkant van zijn moeder ziet, even later pas het middenstuk en als het binnenkomen bijna klaar is, de rest van zijn Moeders goedgevulde lichaam. Als zij in een keer de kamer binnenkomt, is het alleen al door de onverwachte luchtverplaatsing heel even niet goed mogelijk adem te halen. Daar schrikt Neef van.